Belangrijk om te beseffen is, dat bij een substantieel deel van de geïnfecteerden meerdere SOA’s aanwezig zijn (3). Als het klachtenpatroon en/of het lichamelijk onderzoek daar aanleiding toe geven, is het raadzaam om op meerdere SOA’s te laten testen. Klik hier voor een overzicht van alle SOA’s waarop wij kunnen testen. Voor meer informatie hierover zie de sectie SOA van het Nationaal kompas en de NHG-standaard SOA-consult.

hpv-triage-schema

A) Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker - triage met hrHPV-test (HPVGP5+/6+-test)

LCPL-Pathan gebruikt een goedgekeurde en gevalideerde HPV-test: de zogenaamde HPVGP5+/6+-test, waarbij gescreend wordt op een aantal van de meest oncogene HPV-typen. De test wordt gedaan op hetzelfde afnamemateriaal als waarvan het uitstrijkje voor microscopie gemaakt wordt. Deze HPV-test wordt zonder verdere kennisgeving standaard uitgevoerd volgens bovenstaande praktijkrichtlijn.

B) Indicatieve HPV-onderzoeken (HPVSPF10-test)

Indien de inzender een indicatief HPV-onderzoek aanvraagt wordt gebruik gemaakt van de HPVSPF10-test (meer sensitief dan de HPVGP5+/6+-test), waarbij er gekeken wordt naar 25 meest relevante HPV-typen van zowel het hoog risico-type als het laag risico-type. De hoog risico-typen zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van (de voorstadia van) baarmoederhalskanker, terwijl van enkele laag risico-typen bekend is dat zij genitale wratten veroorzaken.

CIN3 cervixafwijking
Borstelhistologie uit cytologisch sample

Dankzij een actieve rol van de huisarts en het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is het cervixcarcinoom vaak in een vroeg stadium op te sporen.

Het diagnosticeren van (voorstadia van het) cervixcarcinoom is het speerpunt van LCPL-Pathan. Jaarlijks beoordelen wij meer dan 60.000 uitstrijkjes die door huisartsen uit heel Nederland worden ingezonden. Dat doen we snel en goed.

Het LCPL-Pathan is, al 40 jaar, het grootste gespecialiseerde laboratorium in Nederland wat betreft de beoordeling van maligniteiten van de baarmoederhals. 

 

 

 

De huisarts kan bewust kiezen voor een actieve, snijdende rol in de diagnostiek van de huid door het verrichten van excisies en biopsieën. Al ruim 25 jaar biedt LCPL-Pathan service op maat in de diagnostiek van de huid voor huisartsen in heel Nederland.

Waarom histologisch onderzoek van een huidafwijking?

De redenen om over te gaan tot het verwijderen van een huidlaesie zijn zeer divers: een klinisch verdacht beeld, of juist de bevestiging van een goedaardig uitziende laesie, ongerustheid bij de patiënt, belaste familie-anamnese, pijn, jeuk, of cosmetische redenen.

Moleculaire diagnostiek van SOA’s

De afdeling moleculaire diagnostiek van LCPL-Pathan richt zich op het opsporen van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Alle onderzoeken op dit gebied zijn gebaseerd op de uiterst gevoelige polymerase chain reaction (PCR) techniek. Hiermee wordt zelfs de kleinste hoeveeheid van het DNA van de pathogene virussen en bacteriën aangetoond. 

Dankzij deze moleculaire methode bent u niet afhankelijk van bijvoorbeeld antilichamen die (nog) niet aanwezig zijn of complexe kweekmethoden. Bijkomend voordeel is dat u het materiaal per post kunt aanleveren in de door ons geleverde Cobas-buis.

Gevoelig en goed

Om zelfs de kleinste hoeveelheid pathogenen aan te kunnen tonen wordt het DNA zo geïsoleerd dat PCR-remmende stoffen, zoals slijm, ureum en hemoglobine, worden verwijderd. Indien nodig worden de PCR-uitslagen aan de microscopische bevindingen gekoppeld. Daarmee wordt meer diepgang verkregen en neemt de specificiteit van de test nog verder toe.

Het grote voordeel van diagnostiek met behulp van PCR boven de conventionele methoden is dat er geen bacteriën gekweekt hoeven te worden. Zo stellen bijvoorbeeld de kweekmethoden voor het aantonen van gonokokken of Chlamydia-bacteriën hoge eisen aan het materiaal dat onder de juiste condities moet worden afgenomen en verzonden. Regelmatig gaat dat verkeerd waardoor de micro-organismen, die wel aanwezig waren, niet meer aangetoond kunnen worden. Om deze redenen is LCPL-Pathan ruim 10 jaar geleden volledig overgestapt op de PCR-methode.

PCR-testen

LCPL-Pathan kan de volgende PCR-testen voor u uitvoeren:

*

indien de diagnose gonorroe gesteld is en u een resistentiebepaling wilt laten verrichten dient dat op gekweekt materiaal te gebeuren. In overleg kan LCPL-Pathan dit onderzoek voor u verzorgen.

 

**

bij verdenking van een secundaire of tertiaire syfilus is deze methode ongeschikt en dient er (ook) serologisch onderzoek plaats te vinden. In overleg kan LCPL-Pathan dit onderzoek voor u verzorgen.

Literatuur

 

Vaginale Candida-infecties komen regelmatig voor en geven typische klachten als :

  • Fluor vaginalis: melkkleurige, romige en/of juist waterig afscheiding
  • (Veel) jeuk 
  • Branderig gevoel en irritatie 
  • Gezwollen schaamlippen 
  • Kleine scheurtjes in de huid rondom de binnenste schaamlippen
  • Branderig gevoel bij het plassen 
  • Pijn tijdens seks

Een atrofische vaginitis kenmerkt zich door een steriele ontsteking van de vaginawand leidend tot verhoogde afscheiding, jeukklachten, dyspareunie en/of contactbloedingen. Bij een verdenking van atrofische vaginitis moet er differentiaaldiagnostisch gedacht worden aan een bacteriële vaginose, Candida albicans of een SOA-infectie.

Indien de anamnese en het het lichamelijk onderzoek hier geen duidelijkheid over geven helpt LCPL-Pathan om de diagnose scherp te krijgen.

Stellen van een microscopische diagnose

De procedure is dat er een microscopisch preparaat gemaakt wordt waarin wordt uitgesloten dat er potentiële ziekteverwekkers aanwezig zijn. Wanneer deze afwezig zijn wordt er gekeken of er atrofisch uitgerijpte epitheelcellen en ontstekingscellen aanwezig zijn. Zo ja dan volgt de diagnose atrofische vaginitis.

Zijn er wel potentiële ziekteverwekkers aanwezig dan krijgt u automatisch uitsluitsel welk pathogeen er is gevonden zodat u uw behandeling daarop kunt aanpassen.

Bacteriële vaginose (BV) kenmerkt zich microbiologisch in een shift van de vaginale flora van Lactobacillus spp. als dominante soorten naar een mengflora waarbij Gardnerella vaginalis, Bacteroides spp., Mobiluncus spp. en Mycoplasma hominus de overhand krijgen (1).

Een goede anamnese, lichamelijk en aanvullend onderzoek zijn onontbeerlijk om de diagnose BV te kunnen stellen. De diagnose kan worden gesteld als vrouwen aan drie van de vier Amsel criteria (2) voldoen:

Fluor vaginalis is een niet-bloederige vaginale afscheiding die qua hoeveelheid, kleur en/of geur afwijkt (van wat, volgens de patiënt, gebruikelijk is). Deze afwijkende afscheiding kan gepaard gaan met jeuk of irritatie in of rond de vagina, maar dat hoeft niet.

Fluor vaginalis kan verschillende oorzaken hebben: bacteriële vaginose, een Candida-infectie, atrofische vaginitis of een SOA zoals Chlamydia trachomatis of Neisseria gonorrhoea. Ook een genitaal ulcus door Herpes simplexvirus of Treponema pallidum kan met fluor vaginalis gepaard gaan. Het is daarom essentieel dat er een uitgebreide anamnese wordt afgenomen. Daarbij kan schaamte vaak het beeld vertroebelen.

Kalk- of schimmelnagels is een veel voorkomende aandoening die vaak goed zelf te behandelen is. Toch verrichten huisartsen in Nederland jaarlijks zo’n half miljoen consulten voor onychomycose.1 Daarnaast gaat er een nog onbekende groep mensen direct naar de pedicure.

Het overgrote deel van de schimmelnagels is met een zelfzorgadvies af te handelen. In een aantal gevallen, b.v. bij patiënten met diabetes, doorbloedingsproblemen aan de onderbenen, voet ulcera of bij immuunsupressie, is nadere diagnostiek noodzakelijk om de juiste behandeling te kunnen inzetten.

Heeft u een vraag?