De huisarts kan bewust kiezen voor een actieve, snijdende rol in de diagnostiek van de huid door het verrichten van excisies en biopsieën. Al ruim 25 jaar biedt LCPL-Pathan service op maat in de diagnostiek van de huid voor huisartsen in heel Nederland.

Waarom histologisch onderzoek van een huidafwijking?

De redenen om over te gaan tot het verwijderen van een huidlaesie zijn zeer divers: een klinisch verdacht beeld, of juist de bevestiging van een goedaardig uitziende laesie, ongerustheid bij de patiënt, belaste familie-anamnese, pijn, jeuk, of cosmetische redenen.

Pathologiediagnosegroepen en huisartsprofielen

Al jaren volgt het LCPL-Pathan conform de jaarverslagen vier hoofdgroepen waarin de pathologiediagnosen van huidlaesies worden ondergebracht:

  • Melanocytaire laesies
  • Epitheliale laesies (inclusief cysten)
  • Wekedelenlaesies
  • Overig (ontstekingsbeelden, congenitale afwijkingen en restgroep)

De laesies kunnen verder worden opgesplitst in benigne (goedaardig), premaligne (voorstadium van kwaadaardigheid), verdacht maligne (niet zeker kwaadaardig) en maligne (kwaadaardige) afwijkingen.

De uitslagen worden systematisch verwerkt in een database. Door deze database kan er voor elk inzendend huisarts  een overzicht gemaakt worden. Voor de huisarts betekent dit dat hij of zij in een oogopslag kan zien hoeveel inzendingen met een bepaalde diagnose voor onderzoek zijn aangeboden. Dit levert belangrijke 'profielinformatie' op. Zo verkrijgt de huisarts inzicht in bijvoorbeeld het aantal moedervleklaesies dat afwijkend bleek te zijn, maar ook in hoeveel van de inzendingen een basaalcelcarcinoom betrof. Tevens kunnen wij de huisarts informatie verstrekken over landelijke trends.

Huisarts en melanoomMelanoom

De huidige incidentie van huidmelanoom in Nederland wordt geschat op 4.500. In geval van klinisch evident melanoom, verwijst de huisarts doorgaans direct door naar de dermatoloog. Desondanks worden door LCPL-Pathan jaarlijks 80-100 melanomen gediagnosticeerd. In de meeste gevallen is er sprake van een door de patiënt opgemerkte verandering van de pigmentplek (grootte, vorm, kleur, bloeden, jeuk). De huisarts daarentegen blijkt ongeveer in een kwart van alle gevallen melanoom in de differentiaaldiagnose te overwegen.

Uit telefonische navraag blijkt dat de huisarts de gemelde verandering serieus meeweegt in de beslissing om de pigmentplek te verwijderen en voor onderzoek in te zenden. Hierdoor kan onnodig leed worden voorkomen en vroegtijdige detectie plaatsvinden. Dit onderstreept het belang van de poortwachtersfunctie van de huisarts.

Het verwijderen van huidlaesies

Indien u als huisarts geïnformeerd wilt zijn over de radicaliteit, vragen wij u een markering aan te brengen aan een van de puntjes met een losse(!) knoop, zodat in het pathologieverslag de mate van irradicaliteit en de aangedane zijde benoemd kan worden.

Bij een incisiebiopt dan wel shavebiopt is het voor de patholoog belangrijk om te weten wat de afmeting is van de klinische laesie. Indien u twijfelt over maligniteit, neem dan altijd(!) tenminste één biopt en beschrijf bij de klinische gegevens uw twijfel over eventuele maligniteit. Dit heeft direct consequenties voor de behandeling van het weefselstukje in ons laboratorium.

Ook bij onbegrepen dermatitisbeelden kan een kleine stansbiopsie snel tot een gerichte diagnose en therapie leiden. Wij werken op dit gebied nauw samen met enkele dermatologen in onze regio.

Huiddiagnostiek en kwaliteit

Dagelijks bespreken onze pathologen aan een multikop-microscoop de moeilijke casus. In een beperkt aantal gevallen kan dit aanleiding zijn tot aanvraag van een extern consult bij een landelijk erkende expert (voor de patiënt gratis) of een landelijk panel (bijvoorbeeld het melanomenpanel).

Bij onverwachte bevindingen en bij ernstige of zeer zeldzame maligniteiten, nemen wij direct telefonisch contact op met de inzender. Indien gewenst of noodzakelijk geven wij frequent in een aparte rubriek 'Opmerkingen' een advies, opmerking of verslag van ons overleg met de inzender.

Heeft u een vraag?