Bacteriële vaginose is de meeste voorkomende oorzaak van vaginale klachten en wordt veroorzaakt door een vermindering van de in de vagina aanwezige ‘goede’ bacteriën (lactobacillen of melkzuurbacteriën). Door deze vermindering wordt de zuurgraadpH in de vagina hoger dan 4,5.

Bij deze hogere pH kunnen er ‘slechte’ bacteriën (o.a. Gardnerella) gaan groeien en deze veroorzaken klachten. Een typische klacht van bacteriële vaginose is een grijs-witte, plakkerige afscheiding (fluor vaginalis) die onaangenaam kan ruiken.

Een test die de huisarts vaak doet is een beetje van de vaginale afscheiding en een druppeltje KOH (kaliumhydroxide) mengen op een glaasje. De typische ‘vislucht’ (aminegeur) die dan veelal ontstaat, is een sterke aanwijzing voor bacteriële vaginose. Ook kan de huisarts met een strip de pH meten.

Voor een bevestiging van de diagnose kan uw huisarts wat afscheiding afnemen en opsturen naar ons laboratorium. Wij maken daar een microscopisch preparaat van dat vervolgens door een patholoog wordt beoordeeld.

Belangrijk om te weten is dat een bacteriële vaginose geen seksueel overdraagbare aandoening (SOA) is. Uw partner hoeft niet meebehandeld te worden.

Hoe ontstaat het?

Normaal gesproken is het slijm in de vagina zuur. In dat geval is de pH lager dan 4,5. Dit komt door de natuurlijke aanwezigheid van voldoende melkzuurbacteriën (lactobacillen).

Ook kan het aantal melkzuurbacteriën afnemen door het wassen met zeep, het gebruik van sommige vaginale douches,sperma of het gebruik van bepaalde antibiotica. Leeftijd, afkomst en hormoonspiegels (tijdens zwangerschap of menstruatie) hebben invloed op het aantal melkzuurbacteriën.

Het gevolg van deze afname van lactobacillen is dat de pH omhoog gaat. Daardoor kunnen bacteriën, die normaal slecht tegen zuur kunnen, sneller gaan groeien. Eén van die bacteriën is Gardnerella vaginalis en deze veroorzaakt, in de meeste gevallen de klachten en symptomen bij een bacteriële vaginose. 

Wel of niet behandelen?

Vaak wordt er gezegd dat een bacteriële vaginose een vervelende maar ongevaarlijke aandoening is. Er zijn echter publicaties waaruit blijkt dat de infectie ook complicaties kan geven.

Zo kan deze opstijgen en een ontsteking van de eileiders en/of het kleine bekken geven, met onvruchtbaarheid als mogelijk gevolg. Zwangere vrouwen lopen het risico op een vroeggeboorte. Vrouwen met een bacteriële vaginose zijn gevoeliger voor seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s). 

Daarom is het verstandig om de huisarts te raadplegen, als u denkt dat u een bacteriële vaginose heeft.

Hoe te behandelen?

Voor de behandeling van bacteriële vaginose zal de huisarts een antibioticakuur voorschrijven. Dat is het enige middel waarvan -tot nu toe- wetenschappelijk is bewezen dat het werkt.

Daarnaast zijn er meerdere zelfzorgmiddelen op de markt, waarvan de werking (nog) niet afdoende is vastgesteld. Uw apotheker of drogist kan u daar meer over vertellen.

Heeft u een vraag?